Twee weken geleden logeerden we voor vier dagen in de gezellige gite, Le Petit Grenier, in de buurt van Neufchateau. Het leven was er mooi.
De gite was een mooi ruim huisje met alle voorzieningen. We deden uitstapjes, lazen en boek en elke avond werd de barbecue aangestoken. Het zal u niet verbazen dat de sfeer er – mede dankzij Carlsberg – optimaal was.
Maar toen kwam de dag van het vertrek. Omdat de eigenares op voorhand gezegd had dat de opkuis 50 euro zou kosten kozen mijn vrouw en M. ervoor om zelf te kuisen. Nu moet u weten dat mijn vrouw altijd zeer grondig in het kuisen. Op het maniakale af. Maar omdat we 4 dagen bijna constant buiten geleefd en gekookt hadden beslisten we om enkel te stofzuigen en niet met nat te kuisen.
Toen we klaar waren om te vertrekken ging de eigenares met ons naar naar de elektriciteitsmeter, noteerde het verschil tussen vrijdag toen we toe kwamen en maandag en rekende ons 20, 40 euro aan. 20 euro voor elektriciteit op amper 4 dagen. Eigenlijk 3 dagen als je het goed na gaat. Geen idee welk tarief de dame hanteerde, maar 20 euro lijkt me toch best veel. Uiteraard vergaten we een reçu te vragen om na te gaan bij het verhuuragentschap om te horen of dit een standaard tarief is.
Voor we vertrokken kregen we ook nog even te horen dat we de koelkast niet hadden uitgekuist. Nu weet ik niet hoe het zit bij anderen, maar op 4 dagen wordt een koelkast nooit zo vuil dat hij moet uitgekuist worden. Maar de grootste verrassing kwam achteraf. Toen T. nog onderweg naar huis was kreeg hij een telefoontje van de eigenares om te klagen dat we niet met nat gekuist hadden en dat dat normaal 50 euro kost.
Het probleem is dat we de waarborg die we betaald hebben teruggestort zal worden door het verhuuragentschap. Dus de eigenares kan uiteraard vertellen wat ze wil om die 50 euro in te houden.
Het moet niet gezegd zijn dat we het jammer vinden dat onze korte vakantie op deze manier een zure nasmaak krijgt. Blijkbaar is het bij sommige mensen immers echt om het geld te doen, op welke manier dan ook. En dat is betreurenswaardig. Normaal had ik deze gite aangeraden, maar mijn mening is nu echter compleet omgekeerd.
Sinds een korte tijd is de voortuin voor ons gebouw – de hoop aarde met woekerend onkruid – herschapen in een parking met plaats voor acht wagens. Twee parkeerplaatsen per appartement dus. Enkel voor de bewoners en eventueel bezoekers. En zeker niet voor de mensen die de bus nemen – er is namelijk een bushalte vlak voor onze deur.
Ik vond dat het uiteindelijk nog lang geduurd heeft vooraleer er een vreemde wagen stond, maar zondag was het zo ver. Van ‘s morgens vroeg stond er een Matiz met platte band zo geparkeerd dat hij twee parkeerplaatsen in nam. Heel de dag had hij er gestaan en iedereen vroeg zich af van wie de wagen toch kon zijn.
‘s Avonds rond een uur of 7 krijg ik in het oog dat iemand volop bezig is om de platte band van de wagen te vervangen. Snel opgejaagd als ik ben ga ik in colère naar buiten en daar speelt zich volgende conversatie af.
Wim: Goeieavond meneer. Mag ik vragen waarom u hier staat?
Meneer: Ik had platte band toen ik vanmorgen naar mijn werk reed en dus ben ik met de bus gegaan.
W: En waarom bent u dan hier komen parkeren?
M: Omdat hier plaats was.
W: Meneer, dat is hier wel privé parking.
M: Ik zie hier nochtans geen plaatje staan.
W: Allez meneer, dat is nu toch duidelijk. Ik kom toch ook niet bij u op het geleeg staan hoewel dat er geen plaatje hangt.
M: Ik heb geen geleeg meneer.
W: (zucht)… U had misschien iets kunnen laten weten.
M: Het was 5 uur ‘s morgens, hoe had ik dat dan moeten doen?
W: Door middel van een briefje onder uw ruitenwisser of in één van de vier brievenbussen misschien?
M: Daar had ik niet aan gedacht.
W: En hoe staat u trouwens ook geparkeerd. U bezet twee plaatsen.
M: Sorry he, het was donker en ik zag niet zo goed waar ik reed. En daarbij, ik heb nog maar een jaar mijn rijbewijs.
W: Ahzo, en dan mag u zomaar wildparkeren op een privé parking. We hebben een hele dag twee plaatsen niet kunnen gebruiken. Wa zijt gij nu toch voor ene?
M: Meneer, sebiet bel ik naar de politie.
W: (verbaasd)… En waarom dan wel?
M: Omdat u tegen mij roept en mij tegen mijn voeten geeft.
W: Weet ge wat er van is? Belt naar de politie. En zegt ineens dat de volgende keer dat ik u hier zie staan om de bus te nemen ik uw voorruit toeplat met krantenpapier en behangerslijm. En kust nu mijn kloten en maakt dat ge van mijn geleeg zijt.
Ondertussen hangen er twee plaatsje om duidelijk aan te geven dat het private parkeerplaatsen zijn. En de volgende die er staat kan zich inderdaad verwachten aan een toegeplakte voorruit. Men weze gewaarschuwd.
Als men met de fiets gaat rijden wil het wel eens voorvallen dat men lotgenoten tegenkomt. Collega wielerterroristen wielertoeristen die het beste van zichzelf geven.
En wat doet een welopgevoede mens als hij gelijkgestemde zielen tegenkomt? Hij groet ze. En omdat ik mezelf tot de categorie van welopgevoede mensen reken groet ik elke collega-fietser die ik tegenkom. Afhankelijk van hoe vlot ik aan het rijden ben varieert de wijze waarop ik groet. Het kan een knikje met het hoofd zijn, een half opgestoken hand (zonder het stuur te lossen) of zelfs hardop goeiedag zeggen (eerder mmmdag, maar dat is uiteraard hetzelfde).
Maar blijkbaar is niet iedereen zo welopgevoed. Van al de fietsers die ik groet krijg ik van minder dan de helft respons. De meesten blijven gewoon voor zich uit staren en doen hun uiterste best om mij te negeren. De mensen die wel terug groeten kunnen echter niet in één bepaalde categorie ingedeeld worden. Het zijn zowel ouderen als jongeren, dik of dun, …
Ik vraag me wel af waar het kan aan liggen dat sommigen niet terug groeten. Is het gewoon omdat ze geen opvoeding genoten hebben? Is het misschien omdat ik – in hun ogen – niet in het clubje thuis hoor omdat ik ‘maar’ met een Bulls rijd en niet met een Merckx, Ridley, Spezialised of ander duur merk? Is het omdat hun benen geschoren zijn en de mijne niet? Ligt het aan mijn wieleruitrusting van het blote wijven boekske P-magazine dat niet strookt met de gangbare fietskleding mode? Misschien kan het ook liggen aan de plaats waar we ons juist bevinden. Als ik aan het ‘dalen’ ben is de fietser die mij tegemoet rijdt aan het ‘klimmen’ en dan ik mij voorstellen dat hij liever in mijn plaats zou zijn ondanks mijn Bulls of P outfit. En dat het geen behoeft heeft aan een groet van iemand voor wie het op dat moment vlotter gaat.
Maar toch roep ik hierbij op tot meer groeten van collega-fietsers. Niet omdat het de week van de goeiedag is of omdat je er € 25.000 mee zou kunnen winnen, maar gewoon omdat het fijn en vriendelijk is. En wie weet maakt een vriendelijk woord de inspanning die je op dat moment doet dragelijker .
Ik heb gisteren trouwens 58,18 km gereden met een gemiddelde van 27,2 km/h. Niet slecht he.
Recent Comments