Begin deze week las ik op de online versie van Het Nieuwsblad dat twee eetcafés in Tienen (De Gewichtige en Kadanz)weigeren van het rookverbod in te voeren. Ze blijven echter ook eten serveren waardoor ze dus de wet op het rookverbod overtreden.
Stel nu, louter hypothetisch, dat iemand in zo’n café iets gaat eten. Zonder het te beseffen, of omdat er geen andere plaats vrij was, zit deze persoon aan een tafeltje in de rokersruimte (die nog steeds bestaat omdat het rookverbod niet doorgevoerd is).
Die persoon krijgt zijn eten en terwijl hij smakelijk aan het eten is ondervindt hij hinder van de sigarettenrook afkomstig van de tafel naast zich en achter zicht en tegenover zich. Hij maakt hierover een opmerking tegenover de uitbater maar krijgt nul op het request omdat de uitbater vindt dat er gerookt mag worden in zijn zaak – hoewel dit een overtreding van de wet is.
Zou die persoon dan als klant kunnen weigeren om te betalen voor zijn eten. Two wrongs don’t make a right en al, maar wat kan de uitbater doen? De politie bellen en klacht indienen? De persoon laten afwassen? Het zou natuurlijk wel een mooie manier zijn om eens gratis te gaan eten natuurlijk. Al moet u de rook er wel bijnemen natuurlijk. Ben ik trouwens de enige die zulks idee had, of zijn er nog verdorven geesten die zo denken?
Zondag ben ik samen met mijn lieftallig vrouwtje – in het terugkomen van Planckendael – een hapje gaan eten in Het Hof van Brabant in Scherpenheuvel.
In tegenstelling tot wat de wetgever voorschrijft, staan er in die zaak op sommige tafels assebakken en laten de uitbaters de mensen roken – zonder dat hiervoor een aparte ruimte voor is ingericht. En dat leidt soms tot conflicten.
We waren ondertussen al aan het hoofdgerecht toe – ik stoofvlees met frietjes en mijn vrouw een toast gerookte zalm – als de mensen aan het tafeltje achter ons een sigaret opstaken zonder zich er iets van aan te trekken dat wij aan het eten waren. Nu moet u weten dat ik niets tegen rokers heb, maar ik kan er hoegenaamd niet tegen dat er gerookt wordt als ik aan het eten ben. Dan is mijn appetijt helemaal weg.
Bon, na een paar keer kuchen had ik door dat ze het ofwel niet wouden horen of wel het echt niet hoorden. Dus ik vraag heel beleefd of ze hun sigarent aub willen doven want de rook die mijn richting uit kwam stoorde mij.
Beiden keken ze mij aan en bleven onverstoord verder roken. Weer dacht ik dat ze mij niet verstaan hadden dus stond ik recht en ging ik naar hun tafeltje om te vragen of ze misschien hun sigaret wouden doven. De man bekeek mij van kop tot teen en zei dat hij daar geen zin in had.
Toen ik aandrong en zei dat mijn eten mij niet zo goed smaakt als de mensen rondom mij aan het roken zijn nam hij doodleuk een trek van sigaret en blies de rook recht in mij gezicht. Dit was voor mij de druppel! Zonder nadenken haalde ik uit met rechts trof hem vol op zijn neus. Het gekraak toen zijn neus brak klonk ongelooflijk zalig. Ondanks mijn voltreffer wou hij toch nog rechtstaan, maar voor hij het wist had ik de assebak al gegrepen en raakte hem hiermee recht boven zijn linkeroog zodat de wenkbrouw open sprong en het bloed naar buiten gutste.
Meer kon de man niet hebben en hij viel roerloos voorover op tafel. Om mijn punt nog kracht bij te zetten heb ik zijn sigaret – die op het tafel gevallen was – nog eventjes uitgedrukt op zijn kaak. Dan heb ik de rekening betaald – ondertussen was iedereen naar mij aan het kijken, maar niemand die nog aan het roken was – en zijn we naar huis gegaan.
Jammer genoeg is het bovenstaande niet echt gebeurd. Mijn vrouw zag dat ik mij aan het ergeren was en heeft vroeg om mij alstublieft een beetje in te houden en er niets van te zeggen. Misschien had ze wel gelijk, maar zo leren de mensen het natuurlijk nooit.
Lang geleden dat ik nog eens een portier verhaal vertelt heb. Wat er zaterdag gebeurde is echter geen straf verhaal, maar eerder een manier van hoe mij toch te amuseren met een vervelend iets.
De fuif waar ik zaterdag moest werken was verplicht van een rookverbod in te voeren wegens gehouden in de sportzaal van de lokale basisschool. Eerlijk gezegt heb ik een dubbel gevoel over het rookverbod op fuiven. Het voordeel is dat mijn kleren niet minder stinken en ik ze de dag erna nog kan aandoen om te werken. Het nadeel is echter dat ik de mensen er op attent moet maken dat er niet mag gerookt worden.
Hiervoor zijn echter verschillende aanpakken. Een slechte aanpak zou zijn om fars te zijn tegen mensen die roken en je er in op te winden en ze eventueel (hardhandig) te verwijderen uit de zaal. Maar dit is omwille van meerdere redenen geen goede methode. Je creëert er een vijandige sfeer mee waarin het moeilijk werken is. Je jaagt je constant op en iemand verwijderen omwille van het roken van een sigaret is nogal een zware sanctie.
Dan vond ik mijn aanpak van zaterdag toch net dat ietsje beter. Telkens als ik iemand zag roken, wees ik hem of haar erop dat het niet toegelaten was en vroeg ik om de sigaret te doven of beneden te gaan roken. Hieraan werd gevolg gegeven, maar tien minuten later had dezelfde persoon alweer een nieuwe sigaret opgestoken. Hoewel er wel een paar mensen waren die de moeite namen van naar buiten te gaan om te roken, waren er toch genoeg mensen die telkens een sigaret opstaken.
In plaats van mij eraan te ergeren telkens is dit zag, legde ik de mensen mijn ‘spelregels’ uit. Ze mochten roken op eigen risico, maar als ik het zag, moesten ze hun sigaret op de grond gooien en uitdoen. En verbazingwekkend genoeg bleek bijna iedereen zich hieraan te houden. Omdat er niet erg veel volk in de zaal was, herkende ik bijna iedereen en volstond het vaak om even op de schouder te tikken als ik zag dat iemand aan het roken was. En bijna altijd werd de sigaret met de glimlach uitgedaan. En zelfs mensen in de omgeving doofden hun sigaret als ze zagen dat iemand anders het moest doen.
Een volledige sigaretvrije fuif hebben we dus niet gehad, maar het ontraadde de mensen natuurlijk wel om een sigaret op te steken. En bij degenen die het risico wel namen was het soms zelfs aangenaam om ze erop te wijzen. Zo zie je maar dat een vriendelijke aanpak een aangename sfeer kan creëeren waarin wederzijds respect hoogtij viert.
Het is nu half vijf ‘s morgens en ik ben net thuis van te werken op een fuif. Vermits ik nog geen twaalf uur wakker ben, dacht ik bij mezelf om nog eventjes achter de pc te kruipen en wat doelloos te surfen, maar eerst moet er mij toch nog iets van het hart.
Sinds 1 januari 2006 – vandaag dus (allez, gisteren maar voor mij voelt het nog vandaag) – geldt er een rookverbod op openbare plaatsen. En dus ook in ontmoetingscentra, en als er in zo’n ontmoetingscentrum een fuif doorgaat, geldt dat rookverbod dus ook tijdens die fuif.
Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar heel veel fuifgangers roken blijkbaar. En als dat niet mag, dan moeten wij aan de mensen gaan vragen of ze hun sigaret willen uitdoen. Wat de meeste zonder probleem doen, maar eer 800 man weet dat er niet mag gerookt worden – ondanks de borden aan de ingang dit toch niemand leest – zijn we alweer een tijdje verder.
Ik ben voorstander van een rookverbod, passief roken is in mijn ogen even erg als gewoon roken en het wordt je opgedrongen, maar er zijn grenzen.
Valt een discotheek bijvoorbeeld ook op onder de noemer ‘openbare plaats’, want dan gaan er bijna geen plaatsen meer zijn waar je nog mag roken en het gaat een heel werk zijn voor portiers aan de mensen duidelijk te maken dat het niet mag vrees ik.
Recent Comments