De titel van deze blogpost zou een mooie titel kunnen vormen voor een hoofdstuk van mijn boek dat binnen een paar jaar verschijnt. En zelfs zonder een ironische ondertoon, want soms is de politie effectief uw vriend (allez, mijn vriend).
De fuif van zaterdagavond – een 30+ party in een landelijke limburgse gemeente – staat al jaren te boek als een zeer rustige fuif waar nooit iets gebeurt en er werd dan ook niet verwacht dat er iets ging gebeuren. Maar het verleden heeft al vaak genoeg bewezen dat je er zomaar van mag uitgaan dat een fuif rustig gaat verlopen. Het minste incidentje kan ervoor zorgen dat de boel ontploft met alle gevolgen van dien.
Maar deze keer was ook alles weer rustig verlopen. De politieagenten – welke ik trouwens nog kende van eerdere fuiven – waren een paar keer langs geweest en rond 3 uur waren ze er opnieuw om zeker te zijn dat de muziek uitging op het voorgeschreven uur. Allemaal geen probleem en toen de muziek stopte met spelen konden we aan de mensen vragen of ze naar huis wilden gaan.
Nu moet u weten dat ongeveer 2 uur voor het sluitingsuur een groep van een twintigtal jongeren was binnengekomen en toen we vroegen of ze de zaal wouden verlaten omdat de fuif gedaan was, probeerden ze natuurlijk zo lang mogelijk binnen te blijven. Er waren er zelfs een paar die op het podium probeerden te kruipen om tot bij de DJ te raken. Mijn collega en ik bleven rustig, zelfs toen ze met twintig man verwensingen naar ons riepen.
We bleven de vriendelijke aanpak proberen en bleven vriendelijk herhalen of ze naar buiten wouden gaan. Toen ze na meer dan twintig minuten nog altijd binnen stonden werd het tijd om ze een voor een buiten te zetten. In dat geval neem ik gewoon degene met de grootste mond en voor ze weten wat er gebeurd, staan ze al buiten. Blijkbaar waren de twee agenten er nog steeds en vriendelijk als ze waren namen ze de jonge gastjes van mij over zodra ik er mee aan de deur kwam.
Op die manier was de zaal na een tiental minuten leeg. Er kwam nog wel wat duw en trekwerk aan te pas, maar al bij al was alles ordelijke en vlot verlopen. Terwijl ik nog wat sta na te praten met één van de agenten – over het feit dat het soms toch gerechtvaardigd zou moeten zijn om excessief geweld te mogen gebruiken – begint de groep van jongeren op straat te vechten met een paar andere fuifgangers. De agent loopt er op af en antwoord positief op mijn vraag of we nog moeten blijven om te helpen.
Wat volgt is een half uurtje sport en spel waarbij we proberen om de vechtende meute uit elkaar te halen waarbij ik zelfs een keer struikel terwijl ik iemand in een wurggreep had. Het zal u niet verbazen dat deze persoon nadat ik boven op hem viel niet veel zin meer had om nog verder ambras te maken.
Elke keer als we de twee groepjes geïsoleerd hebben is er toch iemand die weet te ontsnappen en dan zit het spel natuurlijk terug op de wagen. Pas nadat er twee extra agenten ons kwamen versterken keerde de rust weer.
Als iedereen naar huis is vertelt één van de agenten mij dat hij eerst wou ingrijpen door zijn pepperspray te gebruiken om het groepje vechtjassen uit elkaar te drijven. Maar gelukkig had hij op tijd gezien dat ik er ook ergens tussen hing. Waarvoor mijn eeuwige dankbaarheid. Gelukkig zijn er nog agenten die de waarde van security mensen juist weten in te schatten en er niet op uit zijn om ons het leven zuur te maken.